:: wikimiki.org ::
| Fort Van Steendorp |
Fort van SteendorpHet Fort van Steendorp is een voormalig fort ter verdediging van Antwerpen, thans is het een natuurgebied.
Geschiedenis
Tussen 1882 en 1892 werd in Steendorp, nu een deelgemeente van gemeente Temse (Oost-Vlaanderen), een groot bakstenen fort gebouwd onder de naam Fort Rupelmonde, een bruggehoofdfort van de Vesting Antwerpen. Pas in 1909 kreeg het de benaming Fort Steendorp. Het fort ligt ongeveer 600 meter ten noorden van de Schelde, op de zuidelijke flank van de cuesta van het Waasland.
Het fort werd gebouwd omdat in 1859 Antwerpen als centrum van de Belgische landsverdediging werd uitgekozen. De bedoeling van de vesting was lang genoeg te kunnen standhouden bij een eventuele inval van één van de buren tot de grote mogendheden, garanten van de Belgische onafhankelijkheid, in staat waren België te hulp te komen. De voornaamste angst van de jonge staat was een inval van Frankrijk en inlijving bij dit land.
Fort Steendorp was het laatste fort dat in België in baksteen werd opgetrokken en het vormt aldus de afsluiting van acht eeuwen baksteenbouw in dienst van versterkingen, het was meteen ook het duurste fort tot dan toe in België gebouwd. Het Fort werd uitgerust met droge grachten wat uitzonderlijk is in onze contreien en een unicum in de vesting Antwerpen. Hierdoor dat er een aantal vestingbouwkundige onderdelen zijn die we nauwelijks ergens anders terugvinden. Een grote militaire geschiedenis heeft het Fort niet gekend, wel hebben de twee wereldoorlogen er diepe sporen in achtergelaten.
Het Fort heeft tot nu toe vier bestemmingen gekend:
Eerst was het een versterking, dan werd het een militaire fabriek waar ondermeer oorlogsgassen werden gefabriceerd. Vervolgens werd het een oefenterrein van het leger en het eindigt als een natuurgebied.
Natuurgebied
Bij besluit van de bevoegde minister wordt de omgeving van het Fort op 29 mei 1995 beschermd als landschap, op 15 september 1997 volgt de bescherming van het Fort als monument en op 14 december 2001 is het Fort gekocht door de afdeling Natuur van het Vlaamse gewest en is geherwaardeerd als monument en als natuurgebied.
Rond het fort vinden we onder andere het in het Waasland zeldzaam geworden kruisbladwalstro en vele varens, zegges en zwamsoorten. Ook huizen er vele vogelsoorten, 109 waarvan er 43 ter plaatse broeden. We treffen er bijvoorbeeld de nachtegaal, de wielewaal, de holenduif, de ijsvogel en de kleine bonte specht aan. Het fort is verder belangrijk als slaap- en voedselplaats voor doortrekkende vogels. De door de zon verwarmde zuidhelling van de cuesta zorgt voor gunstige stijgwinden.
Naast de natuur rond het fort, is het fort binnenin een ideale overwinteringplaats voor vleermuizen, het is de voornaamste overwinteringplaats voor vleermuizen in Vlaanderen. Dit omdat de drie belangrijkste eisen van overwinterende vleermuizen in dit fort worden ingewilligd. Er is rust, er heerst een goede (vriesvrije) temperatuur en er is een grote vochtigheidsgraad.
Door beheerswerken door vrijwilligers is de populatie overwinterende vleermuizen aangegroeid tot meer dan 1200 exemplaren van negen verschillende soorten. De talrijkste soort (ongeveer 70 %) is de watervleermuis. Bijzondere soorten zijn de meervleermuis en de ingekorven vleermuis. Hiernaast wordt ook de gewone baardvleermuis, brandts vleermuis, bruine grootoorvleermuis, franjestaart en de dwergvleermuis waargenomen. Uitzonderlijk is er al eens een laatvlieger gevonden.
Het fort is als deel van de fortengordel erkend als Habitatrichtlijnsite en krijgt daardoor extra bescherming op Europees niveau. Het fort wordt beheerd door de afdeling Natuur, Aminal van de Vlaamse overheid. De vleermuisinventarisaties worden uitgevoerd in samenwerking met de plaatselijke Natuurpunt afdeling, de Vleermuizenwerkgroep van Natuurpunt en Ecotest vzw.
Het fort is niet toegankelijk zonder begeleiding, op de buitenste omwalling loopt wel een wandelpad.
Categorie:Antwerpen
Categorie:Fort
Categorie:Natuurgebied
FortEen fort is een militair gebouw of kampement dat is ingericht om een eenheid militairen te herbergen en geschikt zich te verdedigen tegen vijandelijke aanvallen. Een fort is gewoonlijk voorzien van muren, palisades, wallen, grachten en torens.
Het woord fort komt van het Latijnse woord fortis (sterk). Het woord is verwant aan het oud-Nederlandse fortificatie.
Een fort is per definitie een zelfstandig, aan alle kanten verdedigbaar object.
Verwante begrippen: vesting, stelling, schans.
De Stelling van Amsterdam bevat 42 forten.
Enkele bekende forten en schansen
- Fort Vechten (Onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW))
- Fort bij Rhijnauwen (Onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW))
- Zwartendijksterschans
- Fort Knox (bergplaats voor de goudvoorraad van de Verenigde Staten
Zie ook
- Lijst van forten
- Alfabetische lijst van vestingbouwkundige termen.
Externe links
[http://www.forten.info/index.htm Forten in Nederland]
Categorie:Bouwwerk
Categorie:Vestingbouw
SteendorpSteendorp is een deelgemeente van Temse. De (deel)gemeente telt zo'n 3100 inwoners. In de volksmond wordt Steendorp meestal "Het Gelaag" genoemd.
Ligging
Steendorp is gelegen tussen de Schelde (zuidkant), Temse (westkant), Bazel (noordkant) en Rupelmonde (oostkant).
Steendorp is bereikbaar via de E17, afrit 15A Steendorp / Haasdonk.
Bezienswaardigheden
- Het Fort van Steendorp is een voormalig fort ter verdediging van Antwerpen, thans is het een natuurgebied.
Externe links
- [http://home.tiscali.be/rita.vanhul/ Website over Steendorp en zijn historiek]
Categorie:Plaats in Oost-Vlaanderen
Categorie:Temse
Oost-Vlaanderen
De provincie Oost-Vlaanderen is één van de vijf Vlaamse provincies van België. Oost-Vlaanderen is gelegen tussen de provincies West-Vlaanderen en Antwerpen. Het grenst in het noorden aan het Nederlandse Zeeuws-Vlaanderen, en in het zuiden aan het Waalse Henegouwen ('Hainaut').
Op 1 december 2004 werd André Denys (VLD) gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen. Hij volgt daarmee Herman Balthazar (sp.a) op, die met pensioen gaat. De benoeming werd voor het eerst gedaan door de Vlaamse regering. Sinds de de Lambermontakkoorden worden provinciegouverneurs, na eensluidend advies van de federale regering, benoemd door de gewestregeringen.
Geschiedenis
- Het was het vroegere gebied van de Menapiërs, wier territorium toentertijd nog gelegen was aan de Noordzee.
- Het gebied tussen Schelde en Dender behoorde echter tot het land der Nerviërs. De Nerviërs woonden tussen de Schelde en de Dijle.
- Bij de verdeling van het Frankische rijk in de negende eeuw kwam het gebied ten westen van de Schelde aan West-Francië, terwijl de gouw Brabant, ten oosten van de Schelde, Lotharingisch werd.
- Na de verdeling van Lotharingen kwam de volledige gouw Brabant aan Oost-Francië. Pas in de elfde eeuw veroverde de graaf van Vlaanderen het land tussen Schelde en Dender. Zo ontstond Rijks-Vlaanderen.
Info
- Provinciehoofdplaats: Gent
- Gouverneur: André Denys (VLD)
- Oppervlakte: 2982 km²
- Hoogste punt: Pottelberg (157 m)
- Belangrijkste waterlopen: Schelde, Leie, Dender, Durme
- Aantal inwoners: 1.380.072 (op 1 januari 2005)
- 6 bestuurlijke arrondissementen: Aalst, Dendermonde, Eeklo, Gent, Oudenaarde, Sint-Niklaas
- Dialect: Oost-Vlaams
Gouverneurs
Sinds de Belgische onafhanelijkheid waren de gouverneurs opeenvolgend :
- Pierre De Ryckere (1830),
- Werner de Lamberts-Cortenbach (1830-1834),
- Charles Vilain XIIII (1834-1836),
- Louis de Schiervel (1837-1843),
- Leander Desmaisières (1843-1848),
- Edouard De Jaegher (lib.) (1848-1871),
- Emile de T'Serclaes De Wommersom (1871-1879),
- Léon Verhaeghe de Naeyer (lib.) (1879-1885),
- Raymond de Kerchove d'Exaerde (1885-1919),
- Maurice Lippens (lib.) (1919-1921),
- André de Kerchove de Denterghem (lib.) (1921-1929),
- Karel Weyler (lib.) (1929-1935),
- Jules Ingenbleek (lib.) (1935-1938),
- Louis Frederiq (lib) (1938-1939),
- Maurice Van den Boogaerde (1939-1954),
- Albert Mariën (lib.) (1954-1963),
- Roger de Kinder (BSP)( 1963-1984),
- Herman Balthazar (sp.a (1984-2004),
- André Denys (VLD) (2004-).
De Oost-Vlaamse gemeentes
Externe link
- [http://www.oost-vlaanderen.be website oost-vlaanderen]
Oost-Vlaanderen
Oost-Vlaanderen
Categorie:Streek in Vlaanderen
Categorie:Vlaanderen
ja:東フランダース州
Varen
# een klasse van lagere planten, zie Varens
# het zich over het water voortbewegen, zie Varen (boot).
# een plaats in het departement Tarn-et-Garonne in Frankrijk, zie Varen (Tarn-et-Garonne)
Zegge
Zegge (Carex) is een geslacht van zowel bladverliezende als groenblijvende kruidachtige planten, behorend bij de cypergrassenfamilie. De rond tweeduizend soorten komen wereldwijd voor, maar voornamelijk in gematigde en koude streken.
Zegge komt in veel habitats voor, met een voorkeur voor vochtige grond. Meerdere zeggesoorten worden als siergras ingezet.
Het geslacht is een van de grootste en moeilijkste in onze streken, vanwege de uitgebreide bastaardvorming. Om soorten op naam te brengen is het vaak noodzakelijk om ook de ondergrondse delen van de plant te beschouwen. Ook de rijpe nootjes met hun urntje, een soort van schutblad, zijn belangrijk voor de determinatie.
In Nederland komen de volgende soorten voor:
- Blaaszegge (C. vesicaria)
- Blauwe zegge (C. panicea)
- Bleke zegge (C. pallescens)
- Blonde zegge (C. hostiana)
- Boszegge (C. sylvatica)
- Dichte bermzegge (C. muricata)
- Draadzegge (C. lasiocarpa)
- Drienervige zegge (C. trinervis)
- Dwergzegge (C. oederi subsp. oederi)
- Elzenzegge (C. elongata)
- Geelgroene zegge (C. oederi subsp. oedocarpa)
- Gele zegge (C. flava)
- Gewone bermzegge (C. spicata)
- Gladde zegge (C. laevigata)
- Groene bermzegge (C. divulsa)
- Hangende zegge (C. pendula)
- Hazenzegge (C. ovalis)
- Heidezegge (C. ericetorum)
- Hoge xyperzegge (C. pseudocyperus)
- IJle hazenzegge (C. crawfordii)
- IJle zegge (C. remota)
- Kleine knotszegge (C. hartmanii)
- Knotszegge (C. buxbaumii)
- Kustzegge (C. divisa)
- Kwelderzegge (C. extensa)
- Moeraszegge (C. acutiformis)
- Noordse zegge (C. aquatilis)
- Oeverzegge (C. riparia)
- Paardenhaarzegge (C. appropropinquata)
- Pilzegge (C. pilulifera)
- Pluimzegge (C. paniculata)
- Polzegge (C. cespitosa)
- Ribbelzegge (C. vulpinoidea)
- Rivierduinzegge (C. ligerica)
- Ronde zegge (C. diandra)
- Ruige zegge (C. hirta)
- Scherpe zegge (C. acuta)
- Schubzegge (C. lepidocarpa)
- Slanke zegge (C. strigosa)
- Slijkzegge (C. limosa)
- Snavelzegge (C. rostrata)
- Sterzegge (C. echinata)
- Stijve zegge (C. elata)
- Stippelzegge (C. punctata)
- Trilgraszegge (C. brizoides)
- Tweehuizige zegge (C. dioica)
- Tweerijige zegge (C. disticha)
- Valse voszegge (C. otrubae)
- Valse zandzegge (C. reichenbachii)
- Viltzegge (C. tomentosa)
- Vingerzegge (C. digitata)
- Vlozegge (C. pulicaris)
- Voorjaarszegge (C. caryophyllea)
- Voszegge (C. vulpina)
- Vroege zegge (C. praecox)
- Zandzegge (C. arenaria)
- Zeegroene zegge (C. flacca)
- Zilte zegge (C. distans)
- Zompzegge (C. curta)
- Zwarte zegge (C. nigra)
categorie:Gras
categorie: Poales
Zwam
Een paddenstoel is het vruchtlichaam van een doorgaans onder de oppervlakte levende zwam of schimmel. Het vakgebied van de biologie dat zich bezig houdt met paddestoelen, schimmels en zwammen heet mycologie.
Paddenstoelen: relatie met voortplanting van zwammen
De zwammen die vruchtlichamen maken noemt men de hogere zwammen. Voordat een dergelijk vruchtlichaam gevormd wordt, moeten twee compatibele mycelia elkaar ontmoeten (cfr. voortplanting en bevruchting zoals bij planten en dieren). Hieruit ontstaat een secundair mycelium. Elke cel van dit secundair mycelium bevat twee kernen (deze zijn kopieën van de kernen uit de oorspronkelijke primaire mycelia): een dikaryon. Bij de dikaryomycota, zoals men deze groep hogere zwammen noemt, heeft men enerzijds de ascomycotina en anderzijds de basidiomycotina.
Wanneer de kernen uit het dikaryon samensmelten ontstaat er een diploïde cel. Bij ascomyceten treden nog verschillende mitotische delingen op, waarna uit een meiotische deling de sporen gevormd worden in asci (soort zakjes). Bij basidiomyceten treedt de meiotische deling onmiddellijk op, de sporen worden onmiddellijk in de basidiën gevormd.
Bouw
basidiën
Onderdelen van een paddenstoel zijn de:
- hoed met het hymenium (vruchtbare laag die de sporen produceert)
- steel
- manchet (ring of annulus)
- beurs
Er zijn paddenstoelen die bestaan uit al deze onderdelen, maar er zijn er ook waarbij één of meerdere onderdelen ontbreken, zoals de steel, manchet of beurs.
Op het hymenium kunnen plaatjes of buisjes voorkomen.
De hoed beschermt de sporendragers tegen weer en wind. Over de hoed zit in een jong stadium nog een gesloten vlies; velum universale genoemd. Ook kan er nog een tweede vlies (velum partiale) tegen de onderkant van de hoed zitten. Bij het rijper worden scheuren de vliezen en kunnen de sporen bij verdere rijping ontsnappen.
Resten van het gescheurde velum universale zijn terug te vinden bovenop de hoed zoals bij de vliegenzwam en kunnen verschillende vormen hebben, plakjes, wratjes, pareltjes, naaldjes of vlokjes en aan de voet van de steel, dat dan een beurs genoemd wordt. Bij regen kunnen de resten op de hoed makkelijk wegspoelen.
Het gescheurde velum partiale vormt het manchet aan de steel.
De zwamvlok of mycelium is het netwerk van alle draden van een zwam. Deze schimmeldraden zelf worden ook wel hyfen genoemd. Over het algemeen zit de zwamvlok onder de grond. Bij parasitaire plantenschimmels zoals Grauwe schimmel, Meeldauw enz. zit deze in de plant zelf met name tussen de cellen van de plant.
De zwamvlok groeit soms in een ringvorm, zoals het geval is bij heksenkringen. Dit gebeurt als de oudere hyfen afsterven door autolyse of andere oorzaken. Omdat de oudere schimmeldraden vaak aan de binnenkant van het mycelium zitten, ontstaat een ringvorm.
autolyse
autolyse
Zie ook
- Lijst van eetbare paddenstoelen
- Fungi
- Plant
- Dikaryomycota
Externe links
- [http://www.mlf.science.ru.nl/nmv/ www.mlf.science.ru.nl/nmv] Nederlandse Mycologische Vereniging
- [http://www.wmoij.onderzoekt.nl www.wmoij.onderzoekt.nl] Werkgroep Mycologisch Onderzoek IJsselmeerpolder
- [http://www.webfungi.nl www.webfungi.nl] Mycologie in Nederland
- [http://www.zwvlkoepel.be/paddestoelenwg.htm Mycologia Zuid-West-Vlaanderen]
Categorie:Microbiologie
categorie:Schimmel
Categorie:Biologie
ja:菌類
Wielewaal
De wielewaal (Oriolus oriolus) is een heldergekleurde zangvogel en de enige uit de familie van wielewalen (Oriolidae) die in Noord-Europa voorkomt. Ze worden maximaal 25 cm groot. Wielewalen komen voor in bossen, boomgaarden en in parken, waar ze zich schuilhouden in de kruinen van bomen. Het mannetje is heldergeel en heeft zwarte vleugels. Van de vrouwtjes zijn de kop en het bovenlichaam groenachtig en het onderlijf is licht gestreept.
In het broedseizoen komt de wielewaal overal op het vasteland van Europa voor, met uitzondering van Zuid-Griekenland.
Liedje
Er is een bekend kinderliedje met als onderwerp de wielewaal. De tekst van het eerste couplet luidt als volgt:
Kom mee naar buiten allemaal
Dan zoeken wij de wielewaal
En horen wij die muzikant
Dan is zomer weer in 't land!
Dudeldjo klinkt zijn lied,
Dudeldjo klinkt zijn lied,
Dudeldjo en anders niet.
Categorie:Zangvogel
IJsvogel
De IJsvogel (Alcedo atthis) is een bontgekleurde vogel met een metaalglanzend blauwgroen verenpak met witte halsvlek en keel en roodbruine onderdelen en delen van het gezicht. Deze tekening maakt hem onmiskenbaar. Hij zit graag op een tak die over het water uitsteekt om van daaruit met een snelle duikvlucht een visje te verschalken. Als de meeste leden van de Alcedinidae broedt hij in holen die hij zelf in een oeverkant uitgraaft. Zuidelijk van ongeveer Stockholm komt hij overal in Europa voor. In België en Nederland is hij een zeldzame broedvogel die gedeeltelijk ook trekvogel is. Na de bijzonder strenge winter van 1963 werden er in België nog nauwelijks 25 broedende paren waargenomen. Door de zachte winters van de laatste jaren is hun aantal in Nederland weer duidelijk toegenomen. Hij blijft echter een zeldzame verschijning.
In Nederland komt uitsluitend de "gewone" ijsvogel (alcedo atthis) voor. In de tropen komen ook diverse andere
Image:Alcedo atthis 3 (Marek Szczepanek).jpg
Externe informatie
- [http://www.waarneming.nl/naam.php?id=37 Recente waarnemingen]
- [http://www.ijsvogels.nl/ Meer over ijsvogels]
- [http://zoo.zoo.nhmus.hu/publication/actazool/50/3/heneberg.pdf Heneberg, P.: Soil particle composition of Eurasian Kingfishers` (Alcedo atthis) nestsites]
[[Categorie:Scharrelaarvogel]]
[[cy:Glas y Dorlan
ja:カワセミ
Vleermuizen
Vleermuizen (orde Chiroptera, ook wel handvleugeligen genoemd) zijn zoogdieren die echt kunnen vliegen (in tegenstelling tot zweven). Hiertoe zijn hun vleugels voorzien van een vlieghuid die tussen de vingers van hun voor- en achterpoten en hun staart zit. Tot voor kort werden twee onderordes gebruikt: Megachiroptera (grote vleermuizen) en Microchiroptera (kleine vleermuizen).
De eerste groep bestaat uit grotere soorten die zich op het gezicht oriënteren en die vaak fruit eten; de vliegende honden behoren hiertoe.
De tweede groep bestaat uit louter vleeseters die zonder uitzondering gebruik maken van echolocatie. Genetisch onderzoek heeft echter aangetoond dat de families Rhinolophidae (hoefijzerneuzen), Megadermatidae (grootoorvleermuizen), Craseonycteridae (hommelvleermuis) en Rhinopomatidae (klapneuzen) in feite nauwer verwant zijn aan de Megachiroptera dan de andere Microchiroptera. Daarom worden ze nu samen met de Megachiroptera in de onderorde Yinpterochiroptera ingedeeld, terwijl de overgebleven Microchiroptera de onderorde Yangochiroptera vormen.
In Nederland en België komt uitsluitend een twintigtal Yangochiroptera en Rhinolophidae voor, waarvan een aantal zeer zeldzaam zijn. Door hun verborgen en nachtelijke levenswijze hebben veel mensen nog nooit een vleermuis in het wild gezien maar een zevental soorten komt in Nederland toch algemeen voor. Er zijn werelwijd zo'n 1100 soorten, zodat ruim 1 op de 5 zoogdiersoorten een vleermuis is.
Één van de eerste vleermuizen was Icaronycteris, waar fossielen van zijn gevonden die dateren van 54 miljoen jaar terug, uit het Eoceen.
Levenswijze
De Europese vleermuizen zijn zonder uitzondering insecteneters; deze worden in de lucht in de avondschemer gevangen door echolocatie. Omdat er 's winters nauwelijks insecten vliegen, gaan de bij ons voorkomende soorten in die periode in winterslaap, waarbij ze hun metabolisme tot een uiterst laag pitje terug kunnen draaien met een lichaamstemperatuur die maar net boven het vriespunt blijft. Vleermuizen paren voor de winter maar de eisprong en bevruchting treedt maanden later pas op. Meestal is er maar 1 jong, dat wordt gezoogd, en tijdens de jacht van de moeder op de slaapplaats blijft hangen. Vleermuizen kunnen tot tientallen jaren oud worden en planten zich maar langzaam voort. Ze zijn meestal zeer trouw aan hun standplaats of overwinteringsplaats.
Vleermuizen slapen en overwinteren vaak in grote aantallen in grotten, of in onze streken, bij gebrek aan grotten in ijskelders, bunkers en forten. Sommige vleermuizen overwinteren ook in boomholten, terwijl dwergvleermuizen hoofdzakelijk in huizen (in de spouw of op zolder) overwinteren. In de zomer verkiezen ze plaatsen die warmer zijn dan bunkers en forten, en komen ze veelvuldig voor op zolders en kerkzolders Ze hangen daar overdag met hun hoofd naar beneden. Ze kunnen ook ondersteboven in bunkers hangen of aan takken van bomen, onder afdakjes enzovoort. 's Avonds vliegen vleermuizen uit. Ze zijn in de schemering goed te herkennen, in de eerste plaats omdat er in de schemering weinig vogels vliegen, in de tweede plaats omdat hun vlucht nogal afwijkend is. Op jacht naar vliegende insecten hebben ze een zeer onregelmatige vlucht, ze kunnen snel hun vliegrichting aanpassen. Deze vleermuizen zenden namelijk ultrasone geluiden uit die op een prooi weerkaatsen en weer opgevangen worden. Zo kan de vleermuis de afstand tot zijn prooi en omgeving inschatten en vliegt hij opmerkelijk veilig. Vleermuizen kunnen in het stikdonker door een kamer vliegen waarin garen draden gespannen zijn zonder deze te raken.
Vleermuisbescherming
Vleermuizen zijn door hun gewoonte om in groepen te rusten zeer kwetsbaar. Bij instorting, overstroming etcetera is een hele kolonie verwoest. Ook planten vleermuizen zich traag voort. Sommige soorten zijn pas na enige jaren geslachtsrijp, en een worp bestaat vaak uit niet meer dan één jong.
Door de beschadiging van hun biotoop is vleermuisbescherming hard nodig. Goede rustplaatsen overdag (holle bomen) en goede overwinteringsplaatsen, met zeer weinig verstoring, veiligheid voor roofdieren en de mens, en een temperatuur die 's winters niet onder het vriespunt zakt, zijn schaars. Gecultiveerde landschappen worden vaak armer aan insecten. Veel vleermuizen hebben om zich te oriënteren 'corridors' nodig van heggen of bomenrijen om zich over grotere afstanden te kunnen verplaatsen: ze begeven zich niet graag ver van een peilbaar echobaken. In de Europese Unie zijn alle soorten bij wet beschermd.
België en Nederland werden op 4 december 1991 partij bij het EUROBATS-verdrag (AGREEMENT ON THE CONSERVATION OF POPULATIONS OF EUROPEAN BATS).
Zie ook: Habitatrichtlijn en de [http://www.vleermuis.net/nieuws/050305.html schending van de Habitatrichtlijn]
Omgang met vleermuizen
Alle Belgische en Nederlandse vleermuizen zijn beschermde dieren.
- Een slapend aangetroffen vleermuis het best rustig laten zitten. Het zijn nuttige diertjes die enorme hoeveelheden muggen verorberen.
- Een vleermuis in winterslaap niet verstoren - opwarmen kost hem zoveel energie dat hij de lente wel eens niet meer zou kunnen halen als hij vaker wakker wordt dan normaal.
- Een zieke of dode vleermuis niet met de handen aanraken - sommige vleermuizen zijn met het hondsdolheidvirus besmet. In een potje scheppen en (als hij nog leeft) een vleermuisopvangcentrum waarschuwen. (Zie externe links)
- Een dode vleermuis melden aan een onderzoekscentrum, net als een vleermuis in de gordijnen; misschien is er wel een vrijwilliger in de buurt die u kan helpen zonder het beest schade te berokkenen.
Mythen
Sommige mensen vinden vleermuizen angstaanjagend. Mogelijk gevoed door het feit dat enkele kleine soorten, uitsluitend in Zuid-Amerika, Midden- en zuidelijk Noord-Amerika, van bloed leven worden vleermuizen geassocieerd met vampiers. Hier is echter niets van aan, daar het niet om menselijk maar dierlijk bloed gaat. Met hun scherpe hoektandjes maken ze een piepklein wondje bij bijvoorbeeld een koe, die daar overigens niets van voelt en gewoon verder slaapt. Door een speciale stof in hun speeksel stolt het bloed niet en kunnen ze het rustig oplikken tot ze genoeg hebben. De wonde groeit gewoonlijk dicht zonder verdere gevolgen (af en toe gebeurt het wel dat de vleermuis een drager van hondsdolheid is).
Ook de mythe dat vleermuizen in je haar komen zitten, moet dringend de wereld uit. Vleermuizen vliegen nimmer in je haar. Sommige harige motten maken wel gebruik van hun beharing om zich moeilijker vindbaar te maken ('stealth') voor de vleermuis.
Indeling
- Orde: CHIROPTERA (1098 soorten)
- Onderorde: Yinpterochiroptera (351 soorten)
- Infraorde Megachiroptera (grote vleermuizen) (183 soorten)
- Familie: Pteropodidae (vleerhonden) (183 soorten)
- Infraorde: Yinochiroptera (168 soorten)
- Familie: Craseonycteridae (Kitti's varkensneusvleermuis) (1 soort)
- Familie: Rhinopomatidae (klapneuzen) (4 soorten)
- Familie: Megadermatidae (reuzenoorvleermuizen)
- Familie: Rhinolophidae (hoefijzerneuzen en bladneuzen van de Oude Wereld)
- Onderorde: Yangochiroptera (747 soorten)
- Superfamilie: Nycteroidea (13 soorten)
- Familie: Nycteridae (spleetneuzen) (13 soorten)
- Superfamilie: Emballonuroidea (52 soorten)
- Familie: Emballonuridae (schedestaartvleermuizen) (52 soorten)
- Superfamilie: Noctilionoidea
- Familie: Mystacinidae (kortstaartvleermuizen) (2 soorten)
- Familie: Thyropteridae (hechtschijfvleermuizen) (3 soorten)
- Familie: Furipteridae (furiën) (2 soorten)
- Familie: Noctilionidae (hazelipvleermuizen) (2 soorten)
- Familie: Mormoopidae (snorvleermuizen) (10 soorten)
- Familie: Phyllostomatidae (Bladneusvleermuizen van de nieuwe wereld) (o.a. vampiervleermuizen (Desmodontinae)) (172 soorten)
- Superfamilie: Vespertilionoidea
- Familie: Natalidae (trechteroorvleermuizen)
- Familie: Myzopododidae (zuigschijfvleermuis)
- Familie: Molossidae (bulvleermuizen) (99 soorten)
- Familie: Miniopteridae (Bent-wing Bats) (16 soorten)
- Familie: Vespertilionidae (gladneusvleermuizen) (369 soorten)
In Vlaanderen reeds waargenomen soorten
- Grote hoefijzerneus (Rhinolophus ferrumequinum)
- Kleine hoefijzerneus (Rhinolophus hipposideros)
Familie Gladneuzen (Vespertilionidae)
Geslacht Myotis
- Gewone baardvleermuis (Myotis mystacinus)
- Brandts vleermuis (Myotis brandtii)
- Watervleermuis (Myotis daubentonii)
- Franjestaart (Myotis nattereri)
- Ingekorven vleermuis (Myotis emarginatus)
- Meervleermuis (Myotis dasycneme)
- Vale vleermuis (Myotis myotis)
- Bechsteins vleermuis (Myotis bechsteinii)
Geslacht Grootoorvleermuizen (Plecotus)
- Bruine grootoorvleermuis (Plecotus auritus)
- Grijze grootoorvleermuis (Plecotus austriacus)
Geslacht Dwergvleermuizen (Pipistrellus)
- Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus)
- Kleine dwergvleermuis (Pipistrellus pygmaeus)
- Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii)
Geslacht Eptesicus
- Laatvlieger (Eptesicus serotinus)
- Noordse vleermuis (Eptesicus nilssonii)
Geslacht Vespertilio
- Tweekleurige vleermuis (Vespertilio murinus)
Geslacht Nyctalus
- Rosse vleermuis (Nyctalus noctula)
- Bosvleermuis (Nyctalus leisleri)
Geslacht Barbastella
- Mopsvleermuis (Barbastella barbastellus)
Mogelijk in Nederland voorkomende soorten
Geslacht Rhinolophus
- Grote hoefijzerneus (Rhinolophus ferrumequinum) Uit Nederland verdwenen.
- Kleine hoefijzerneus (Rhinolophus hipposideros) Uit Nederland verdwenen.
Familie Gladneuzen (Vespertilionidae)
Geslacht Myotis
- Bechsteins vleermuis (Myotis bechsteinii)
- Brandts vleermuis (Myotis brandtii)
- Meervleermuis (Myotis dasycneme) Plaatselijk vrij algemeen in Nederland.
- Watervleermuis (Myotis daubentonii) Algemeen in Nederland.
- Ingekorven vleermuis (Myotis emarginatus)
- Vale vleermuis (Myotis myotis)
- Baardvleermuis (Myotis mystacinus)
- Franjestaart (Myotis nattereri)
Geslacht Nyctalus
- Bosvleermuis (Nyctalus leisleri)
- Rosse vleermuis (Nyctalus noctula)
Geslacht Eptesicus
- Noordse vleermuis (Eptesicus nilssonii) Komt waarschijnlijk niet in Nederland voor.
- Laatvlieger (Eptesicus serotinus)
Geslacht Pipistrellus (dwergvleermuizen)
- Ruige dwergvleermuis of Nathusius' dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) Algemeen in Nederland.
- Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Algemeen in Nederland.
Geslacht Plecotus (grootoorvleermuizen)
- Grootoorvleermuis (Plecotus auritus)
- Grijze grootoorvleermuis (Plecotus austriacus)
Geslacht Vespertilio
- Tweekleurige vleermuis (Vespertilio murinus)
Geslacht Barbastella
- Mopsvleermuis (Barbastella barbastellus)
Zie ook: Indeling van de vleermuizen
Externe informatie
- [http://www.eurobats.org Eurobats]
- [http://www.vleermuizen.be/ Vleermuizen.be]
- [http://www.vleermuis.net/ Vleermuis.net]
- [http://users.skynet.be/sky42111/bats/batindex.html Vleermuizenwerkgroep Vlaanderen]
- [http://www.pietersberg.nl/www/groeven/vleermuizen/vleermuizen.htm Pietersberg]
Categorie:Vleermuis
ja:コウモリ
ko:박쥐
Watervleermuis
De watervleermuis (Myotis daubentonii) is een vleermuis uit de familie der gladneuzen (Vespertilionidae).
Kenmerken
Het dier wordt ongeveer 45 tot 55 mm groot en de onderarm is 33 tot 42 mm lang. De spanwijdte is 230 tot 275 mm, het gewicht 6 tot 15 gram. De oorschelp van de watervleermuis is groot, maar de watervleermuis heeft de kleinste oren van het geslacht. De tragus is kort en stomp. De rugzijde is grijsachtig rood tot bruingrijs, de buikzijde is grauwwit tot zilvergrijs. Er is een duidelijke grens tussen beide zijden. De oren en snuit zijn roze-bruin. Jonge dieren hebben een blauwig zwarte vlek op de lip, die meestal verdwijnt na een jaar. Hij heeft grote achterpoten, bedekt met borstels, en een lange staart, 31 tot 44,5 millimeter lang.
Gedrag
Watervleermuizen komen 's nachts tevoorschijn, ongeveer een half uur tot een uur na zonsondergang. Ze jagen zelden dan 6 kilometer van hun verblijfplaats af. De watervleermuis vliegt laag over het wateroppervlak, jagend op schietmotten, haften en vliegen, soms ook op dansmuggen en motten. Hij vangt ze in de lucht of van het wateroppervlak, waarbij hij zijn poten of staartmembraan zou gebruiken. Hij eet en drinkt vliegend. Ze kunnen tot 23 kilometer per uur halen.
De kraamkoloniën bevinden zich in boomholten, rotsspleten en zolders. De ingang naar de kolonie kan zich minder dan een meter van de grond bevinden. Deze kolonies kunnen uit twintig tot vijftig dieren bestaan, alhoewel er ook kolonies van honderd dieren bekend zijn. Ze worden soms gedeeld met andere vleermuizen, waaronder franjestaart, grootoorvleermuis, rosse vleermuis en dwergvleermuizen. Mannetjes leven solitair of in kleine groepjes. Deze verblijven in muren, onder bruggen en in spleten. Watervleermuizen overwinteren van eind-september tot maart en april met meer dan duizend dieren in koude, vochtige ondergrondse holen, waaronder grotten, mijnen, kelders en oude putten. In Nederland is hij vrij algemeen in Zuid-Limburgse grotten te vinden.
Voortplanting
De paring gebeurt meestal in de winterkolonie, van september tot maart. Vanaf mei trekken de vrouwtjes naar de kraamkamers. De draagtijd is afhankelijk van het weer. Eind juni, begin juli worden de jongen geboren. Het vrouwtje krijgt één jong per worp. De jongen hebben een grijsbruine rug en een roze onderzijde. De jongen zijn niet kaal, maar hebben korte, dunne haartjes. Het geboortegewicht is 2,3 gram. Na drie tot vier dagen gaan de oogjes open, en na 31 tot 55 dagen hebben de jongen een vacht ontwikkeld, wat donkerder en grijzer dan de vacht van volwassen dieren. Na drie weken kunnen de jongen vliegen. Na 37 dagen hebben de jongen een volwassen gebit. De kraamkamers worden meestal verlaten in augustus, maar soms pas in oktober. De jongen worden gespeend als ze 4 tot 6 weken oud zijn.
Mannetjes zijn na vijftien maanden geslachtsrijp, de meeste vrouwtjes na twee jaar, alhoewel sommige al in het eerste jaar geslachtsrijp zijn. De watervleermuis kan veertig jaar oud worden.
Verspreiding
De watervleermuis komt in bijna geheel Europa voor, met uitzondering van Scandinavië, Noord-Rusland, IJsland en het zuiden van de Balkan. Oostwaarts komt de soort voor tot in India en Japan. 's Zomers komen ze voor tot 750 meter hoogte, winterverblijven zijn te vinden tot 1400 meter hoogte. De dieren houden zich vooral op in open bebost terrein in de buurt van water (vandaar de naam).
De watervleermuis staat niet op de Nederlandse rode lijst en is dus volgens de opsteller van deze lijst niet bedreigd.
- [http://www.waarneming.nl/waarneming_invoeren.php Waarnemingen kunnen hier worden ingevoerd].
- [http://www.waarneming.nl/kaart.php?id=430 Kaart van Nederland met waarnemingen van de watervleermuis].
Externe links / bronnen / foto's
- [http://www.vleermuis.net/ Vleermuis.net]
- [http://www.natuurinformatie.nl/ndb.wnf/natuurdatabase.nl/i000507.html Watervleermuis WNF]
- [http://images.google.nl/images?q=Myotis%2daubentoni&ie=UTF-8&hl=nl&btnG=Google+zoeken foto's van de Baardvleermuis op internet]
- [http://www.vleermuizen.be/Watervleermuis.html Vleermuizen.be]
Zie ook
- Biologie
- Zoölogie
- Lijst van zoogdieren
Categorie:Vleermuis
Ingekorven vleermuis
De ingekorven vleermuis of wimpervleermuis (Myotis emarginatus) is een vleermuis uit de familie der gladneuzen (Vespertilionidae).
Uiterlijke kenmerken
De ingekorven vleermuis heeft een lange, wollige vacht. De haren op de bovenzijde hebben drie kleuren: grijs aan de basis, in het midden strogeel en de haarpunt zijn roodbruin. Hierdoor krijgt de vacht een rossige kleur. Jonge dieren hebben een bruingrijze vacht en missen de rossige glans. De onderzijde van de ingekorven vleermuis is gelig grijs van kleur. De snuit is roodbruin, de oren en vleugels zijn donker grijsbruin. De soort dankt haar naam aan de duidelijke knik in de buitenrand van het oor. De spanwijdte is 220 tot 245 mm, het gewicht is 7 tot 15 gram, de kop-romplengte is 41 tot 53 mm en de staartlengte is 38 tot 46 mm.
Voedsel en gedrag
De ingekorven vleermuis is een nachdier, die pas laat te voorschijn komt. In vaste vliegroutes vliegt hij naar zijn jachtgebieden. Hij jaagt laag over de grond, vaak ook boven water. De soort jaagt op spinnen en op kleine insecten, voornamelijk tweevleugeligen als vliegen en muggen, maar ook op nachtvlinders, rupsen, gaasvliegen en kevers. Hij jaagt in gebouwen als stallen, maar ook vlak boven het bladerdak van bomen. Hij cirkelt boven de bomen, daar al hangende lokaliseert hij de prooi en deze vangt hij in een korte vlucht. Meestal plukt hij zijn prooi van bladeren en takken of van de grond, maar vaak ook vangt hij de dieren in de lucht.
Het is een warmteminnende soort. De ingekorven vleermuis komt voor in bebost gebied en in karstgebieden, in het noorden van zijn leefgebied ook in gebouwen. Kraamkamers zijn vaak te vinden op warme plaatsen, als zolders en in het zuiden in grotten en mijntunnels. Hij overwintert in koele grotten, tunnels en kelders. De winterslaap duurt van oktober tot april. Vaak zijn ze gemengd met vale vleermuis en Bechsteins vleermuis.
Voortplanting
In de herfst begint de paartijd. In mei trekken de vrouwtjes naar de kraamkamers. Hier verzamelen ze zich in grote groepen: in kraamkamers in Frankrijk en de Balkan zijn tot duizend vrouwtjes aangetroffen. De kraamkamers worden vaak gedeeld met hoefijzerneuzen. In juni en begin juli worden de jongen geboren. Per worp wordt er één jong geboren. Na vier weken kunnen ze vliegen. In september verlaten de dieren de kraamkamers. De ingekorven vleermuis kan achttien jaar oud worden.
Verspreiding
De soort heeft een ruime verspreiding in Midden- en Zuid-Europa, waar hij voorkomt van Nederland, Spanje, Portugal, Italië, de Balkan en Polen tot Kazachstan en Afghanistan. Verder leeft hij van Marokko tot Tunesië en van Turkije tot Israël, Saudi-Arabië en Oman.
Deze soort staat op de Nederlandse rode lijst. Er zijn waarnemingen bekend uit de kalksteengroeven van de Sint Pietersberg in Limburg en van kraamkolonies bij Echt in Limburg, met honderden exemplaren. In 1997 werden de aantallen dieren in Nederland geschat op 100 tot 200 dieren. In België komt de soort in ieder geval in de Voerstreek voor.
Externe links / bronnen / afbeeldingen
- [http://www.vleermuis.net/nedervleer/ingekorven.html Vleermuis.net]
- [http://natuurbeleving.scene24.net/zoogdieren/Ingekorven_Vleermuis_Myotis-emarginatus.html Natuurbeleving over de ingekorven vleermuis]
- [http://www.vleermuizen.be/IngekorvenVleermuis.html Vleermuizen.be]
- [http://images.google.nl/images?q=Ingekorven%20vleermuis&hl=nl&lr=&sa=N&tab=wi Afbeeldingen van Google]
- [http://www.vildaphoto.net/photo/92 Foto van vliegende ingekorven vleermuis]
- [http://www.nmr.nl/0101My.pdf Uitgebreid stuk over deze soort].
Waarnemingen:
- [http://www.waarneming.nl/waarneming_invoeren.php Waarnemingen kunnen hier worden ingevoerd].
- [http://www.waarneming.nl/kaart.php?id=406 Kaart van de verspreiding van deze soort].
Categorie:Vleermuis
Gewone baardvleermuis
De baardvleermuis (Myotis mystacinus) is een vleermuis van de familie der gladneuzen (Vespertilionidae).
Herkenning
De baardvleermuis is de kleinste Europese soort uit het geslacht Myotis. Het dier lijkt erg veel op de Brandts vleermuis en is daarvan alleen door de kenner te onderscheiden. De baardvleermuis wordt ook wel de gewone baardvleermuis of kleine baardvleermuis genoemd. De Brandts vleermuis wordt ook wel de "grote baardvleermuis" genoemd. De dieren werden voor een lange tijd beschouwd als één soort.
Volwassen exemplaren worden tussen de vier en acht gram zwaar en hebben een spanwijdte van maximaal 190 tot 250 millimeter. Ze worden 35 tot 48 millimeter groot en de lengte van de onderarm kan variëren van 32 tot 36 millimeter. De dieren zijn donker van kleur, meestal donkerbruin tot bruingrijs, een enkele keer tot lichtbruin. De snuit, oren en vleugels zijn zwartbruin.
Het geluid dat ze maken heeft een frequentie van 30 à 75 kilohertz, waardoor het buiten het menselijk gehoorbereik ligt en slechts met zogenaamde batdetectoren waar te nemen is. Ook dan is het vrijwel niet te onderscheiden van de grote baardvleermuis. De vlucht van de kleine baardvleermuis is enigszins fladderend en betrekkelijk langzaam.
Habitat en voedsel
De kleine baardvleermuis komt in het overgrote deel van Europa voor, met name in en in de buurt van bossen, tot een hoogte van 1923 meter in de Alpen in de zomer, tot 2400 meter in de winter. Kraamkolonieën bevinden zich tot op 1670 meter hoogte. Hij ontbreekt in het grootste gedeelte van Spanje en Portugal, Zuid-Italië, Schotland, IJsland en Noord-Scandinavië. Ook in het grootste gedeelte van Azië komt hij voor, van Turkije oostwaarts tot Maleisië, Korea en Japan. In Nederland is het dier vooral in Zuid-Limburg aan te treffen, maar hij is in vrijwel het gehele land te vinden.
Het dier houdt van parkachtig landschap, dorpen, tuinen en open weiden, vaak in de nabijheid van water. Op de Balkan komt hij ook geregeld voor in karstgebieden. Hij jaagt voornamelijk op vliegende insecten als langpootmuggen, dansmuggen, haften, vliegen, kevers en motten, maar vangt ook spinnen en rupsen van planten. Een kwartier tot een half uur na zonsondergang vliegt hij meestal uit. Er is een activiteitspiek vlak na zonsondergang en vlak voor zonsopgang. Soms is hij ook overdag actief. Zijn jachtgebied ligt één à drie kilometer van zijn dagverblijf. Hij vliegt laag over de grond (tot zes meter), of volgt heggen. Geregeld houdt hij pauzes, hangend aan een tak.
's Zomers leven de vrouwtjes met hun jongen in kraamkolonies, die 20 tot wel 70 vrouwtjes kunnen omvatten. Soms wordt deze kraamkolonie gedeeld met andere vleermuizen, voornamelijk dwergvleermuis, maar ook grootoorvleermuis en Brandts vleermuis. De mannetjes leven dan alleen. Zowel 's zomers als 's winters kunnen ze gebruik maken van door de mens gemaakte voorzieningen als tussen de muren in oude gebouwen, maar ook leven ze in grotten en bomen, onder de bast. Baardvleermuizen hebben een voorkeur voor spleten als verblijfplaats. Waarnemingen in de stad zijn goed mogelijk.
's Winters geven ze een voorkeur voor ondergrondse, koele plaatsen als grotten, mijnen, bunkers en kelders. De baardvleermuis houdt een winterslaap van oktober tot maart/april. In grotten overwinteren ze vooral bij de ingang, vaak solitair of in kleine groepjes. Vaak hangen ze vrij, maar ze kunnen ook in een spleet kruipen.
Voortplanting
de paartijd loopt van de herfst tot de lente, en gaat in de overwinteringstijd door. In mei gaan de vrouwtjes de kraamkolonies in. In juni worden de jongen geboren. Een vrouwtje krijgt één jong per jaar, maar een tweeling komt ook voor. Het jong is bij de geboorte 2 gram zwaar. Na zes weken kan het jong zelf vliegen en wordt het gespeend. Na 15 maanden zijn de vrouwtjes geslachtsrijp, een enkele al na drie maanden. Eind augustus verlaten de vrouwtjes de kraamkolonieën. De baardvleermuis wordt maximaal 23 jaar oud, maar gemiddeld worden ze maar een jaar of vier.
De baardvleermuis in Nederland
De Baardvleermuis staat niet op de Nederlandse rode lijst en is dus volgens de opstellers van deze lijst niet bedreigd. Wel is hij vrij zeldzaam.
Zie ook
- Biologie
- Zoölogie
- Lijst van zoogdieren
- rode lijst
Externe links
- [http://www.vleermuis.net/ Vleermuis.net]
- [http://natuurbeleving.scene24.net/zoogdieren/Baardvleermuis_Myotis-mystacinus.html Baardvleermuis]
- [http://www.vleermuizen.be/Baardvleermuis.html Vleermuizen.be]
- [http://www.vleermuissitevoorkids.telebyte.nl/soorten/baardvleermuis.htm Baardvleermuis voor kids]
- [http://images.google.nl/images?q=Myotis%20mystacinus&ie=UTF-8&hl=nl&btnG=Google+zoeken foto's van de Baardvleermuis op internet]
- [http://www.waarneming.nl/waarneming_invoeren.php Waarnemingen kunnen hier worden ingevoerd].
- [http://www.waarneming.nl/kaart.php?id=373 Kaart van Nederland met waarnemingen van de Baardvleermuis]
Categorie:Vleermuis
Brandts vleermuis
De Brandts vleermuis (Myotis brandtii) is een vleermuis van de familie der gladneuzen.
Beschrijving
Het dier lijkt erg veel op de baardvleermuis, en is daarvan alleen door de kenner te onderscheiden. De baardvleermuis wordt ook wel de "gewone baardvleermuis" of kleine baardvleermuis genoemd. De Brandts vleermuis wordt dan de grote baardvleermuis genoemd.
Volwassen exemplaren worden tussen de 4,3 en 9,5 gram en hebben een spanwijdte van 21 tot 25,5 cm. De kop-romplengte is 37 tot 51 mm, en de staartlengte is 32 tot 44 mm. Hij heeft een lichtbruine vacht, soms met een gouden glans. De onderzijde is lichtgrijs met een gelige glans. De snuit, oren en vleugels zijn donkerbruin. Anders dan de baardvleermuis heeft de Brandts vleermuis een lichter binnenoor, en is de oor korter.
Het geluid dat ze maken heeft een frequentie van 30 a 75 KHZ, waardoor het buiten het menselijk gehoorbereik ligt en slechts met zogenaamde batdetectoren waar te nemen is. Ook dan is het vrijwel niet te onderscheiden van de baardvleermuis.
Gedrag en leefgebied
De Brandts vleermuis houdt een winterslaap van oktober tot maart/april. De winterslaap houden ze in koele, ondergrondse verblijven, als grotten, mijnen, tunnels en kelders, tot 1730 meter hoogte in Zwitserland.
De soort houdt van parkachtig landschap, vlakbij water, tot 1270 meter hoogte. In Nederland komt het dier in vrijwel het gehele land voor. De vleermuis jaagt voornamelijk boven open bosland of boven het water op kleine insecten als vliegen. Een kwartier na zonsondergang vliegt hij meestal uit, maar hij kan ook voor zonsondergang worden waargenomen. Zijn jachtgebied ligt 1 à 3 kilometer van zijn dagverblijf. 's Zomers leven de vrouwtjes met hun jongen in kraamkolonies die meestal 20 tot 60, maar soms wel 70 vrouwtjes kunnen omvatten. Soms wordt deze kraamkolonie gedeeld met andere vleermuizen, als ruige dwergvleermuis, baardvleermuis, watervleermuis. De mannetjes leven dan alleen. De Brandts vleermuis krijgt slechts één jong per worp. Vrouwtjes worden waarschijnlijk in het tweede jaar geslachtsrijp.
Zowel 's zomers als 's winters kunnen ze gebruik maken van door de mens gemaakte voorzieningen als gebouwen, maar ook kunnen ze leven in grotten en bomen. Waarnemingen in de stad zijn goed mogelijk, maar hij komt daar minder vaak voor dan de baardvleermuis. De oudst bekende Brandts vleermuis was 19 jaar en 8 maanden oud.
Verspreiding
De Brandts vleermuis komt in praktisch heel Europa voor, en in Azië van Rusland tot Mongolië. Hij ontbreekt in Scandinavië, IJsland en Noord-Rusland. Hij staat op de Nederlandse rode lijst met de status gevoelig.
Zie ook
- Biologie
- Zoölogie
- Lijst van zoogdieren
- rode lijst
Externe links / bronnen
- [http://www.vleermuis.net/ Vleermuis.net]
- [http://natuurbeleving.scene24.net//zoogdieren/Brandts_Vleermuis_Myotis-brandtii.html Brandts vleermuis]
- [http://www.startkabel.nl/k/vleermuis/ Startkabel Vleermuizen]
- [http://images.google.nl/images?q=Myotis%2brandtii&ie=UTF-8&hl=nl&btnG=Google+zoeken foto's van de Brandts vleermuis op internet]
- [http://www.vleermuizen.be/BrandtsVleermuis.html Vleermuizen.be]
- [http://www.waarneming.nl/kaart.php?id=379 Kaart van Nederland met waarnemingen van de Brandts vleermuis].
Categorie:Vleermuis
FranjestaartFranjestaart kan verwijzen naar:
- Een soort vleermuis (Myotis nattereri), zie Franjestaart (vleermuis)
- Een orde van primitieve insecten, zie Franjestaarten
Dwergvleermuis
De gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) is een vleermuis uit de familie der gladneuzen (Vespertilionidae).
Kenmerken
De gewone dwergvleermuis is één van de kleinste Europese vleermuissoorten. De vacht is bruin: de bovenzijde kan verschillen van oranjebruin tot roestbruin tot kastanjebruin tot donkerbruin, de onderzijde is gelig tot grijzig bruin. Jonge en onvolwassen dieren zijn donkerder en grijziger van kleur. De snuit, oren en vleugels zijn zwartbruin. De oorschelp is kort, breed en driehoekig, met een afgeronde punt. De vleugels zijn smal en de tragus is kort en stomp. De dwergvleermuis wordt 36 tot 51 millimeter lang, met een spanwijdte van 180 tot 240 millimeter. De onderarm wordt 28 tot 35 millimeter lang. Hij weegt ongeveer 3,5 tot 8,5 gram.
Gedrag
De kraamkolonies bevinden zich rond gebouwen en in rotsspleten, maar ook achter verkeersborden en in vleermuiskasten. Meestal bevinden deze kraamkamers niet lager dan zeshonderd meter hoogte. In deze kraamkolonies bevinden zich gemiddeld tachtig dieren, maar dit getal kan tot duizend dieren oplopen. Ook ruige dwergvleermuizen en onvolwassen mannetjes kunnen zich in deze kolonies bevinden.
De dwergvleermuis overwintert in gebouwen en in bomen. Ze beginnen later aan hun winterslaap dan andere vleermuizen, pas in november of december. Ook 's winters laten ze zich nog vaak zien. Ze overwinteren zelden in grotten, alhoewel er kolonies van honderdduizenden dieren kunnen worden aangetroffen in een grot, bijvoorbeeld in Roemenië. Meestal overwinteren ze in gemengde groepjes van tien tot twintig dieren.
De dwergvleermuis is een nachtdier. Als hij overdag of in de winterslaap verstoord wordt, kan hij zich doodstil houden. De dwergvleermuis komt 2 tot 35 minuten na de zonsondergang tevoorschijn. De dwergvleermuis jaagt over water en weilanden, langs heggen en bosranden en bij lantaarnpalen. De vlucht is snel en trekkerig. De dwergvleermuis jaagt op kleine insecten, voornamelijk mugjes en schietmotten, maar ook motten en gaasvliegen. Ze vangen geregeld meer dan drieduizend insecten per nacht. Soms jagen ze in groepjes van tien tot twintig dieren. Afhankelijk van het weer zijn ze acht uur achter elkaar op één plek aan het foerageren. Vrouwtjes met jongen keren vaker terug naar de verblijfplaats.
Voortplanting
De paartijd duurt van augustus tot november. Al voor het begin van de paartijd beginnen de mannetjes een paarterritorium, die ze tijdens de paartijd verdedigen tegen andere mannetjes. De geluiden die ze dan produceren zijn voor mensen met een gevoelig gehoor hoorbaar. Tijdens de paartijd scheiden de mannetjes een sterke muskusgeur af. Deze geur lokt enkele vrouwtjes, niet meer dan tien, naar het territorium van een mannetje.
Na de paring bewaren de vrouwtjes het sperma in de baarmoeder. In april is de ovulatie en de bevruchting. Vanaf april en mei worden de kraamkolonies bevolkt en in juni en midden juli worden de jongen geboren, na een draagtijd van 44 tot 80 dagen. De draagtijd is afhankelijk van het voedselaanbod: bij te weinig voedsel, raken de dieren in een soort "zomerslaap", waarmee de draagtijd wordt verlengd. Binnen een kraamkolonie gebeuren de worpen vrij synchroon, de meeste jongen worden binnen twee weken geboren. Er wordt één jong geboren, soms twee. De jongen hebben een roze rug en wegen 1 tot 1,4 gram. Na drie tot vijf dagen gaan de ogen open. Na drie weken kunnen de jongen vliegen en na zes weken al voor zich zelf fourageren, waarbij ze vaak eerder dan de volwassen dieren uitvliegen. In deze periode worden de jongen ook gespeend. Na dertig dagen wegen de jongen 4 tot 4,3 gram.
Sommige vrouwtjes zijn na twee tot drie maanden geslachtsrijp, maar de meeste dieren pas na een jaar. De dwergvleermuis wordt gemiddeld vier jaar oud. De maximale leeftijd is 16 jaar en 7 maanden.
Verspreiding
De dwergvleermuis komt vooral voor rond bebouwing, maar is te vinden in ieder habitat. Het is één van de meest voorkomende vleermuizen van Europa en de meest voorkomende in stedelijk gebied. Hij komt voor tot 2000 meter hoogte, in bijna geheel Europa, met uitzondering van IJsland en het noorden en midden van Scandinavië. Hij komt verder voor tot in Noordwest-Afrika, de Kaukasus en in Centraal-Azië oostwaarts tot China en Myanmar.
Het is de meest voorkomende vleermuis in Nederland: 90% van de waargenomen vleermuizen zijn gewone dwergvleermuizen. In vrijwel elke straat kan je ze vinden. In Nederland is de dwergvleermuis vrij algemeen in tuinen, bosranden en boomgaarden. Ook in gebouwen en holle bomen komen ze voor, met name in de winter (in zwermen).
Externe links / Beelden / Bronnen
- [http://www.waarneming.nl/waarneming_invoeren.php Waarnemingen kunnen hier worden ingevoerd].
- [http://www.waarneming.nl/kaart.php?id=387 Kaart van Nederland met waarnemingen].
- [http://images.google.nl/images?hl=nl&lr=&q=Pipistrellus+pipistrellus&btnG=Zoeken foto's van dit dier]
- [http://www.ivnvechtplassen.org/gewone_dwergvleermuis.html Geluiden en verhaal]
- [http://natuurbeleving.scene24.net/zoogdieren/Dwergvleermuis_Pipistrellus-pipistrellus.html natuurbeleving]
- [http://www.vleermuizen.be/GewoneDwergvleermuis.html Vleermuizen.be]
Categorie:Vleermuis
Categorie:AntwerpenCategorie:Gemeente in provincie Antwerpen
Categorie:Stad in België
Hier volgt een lijst van Wikipedia-artikelen over Antwerpen.
Categorie:Fort
Categorie:Vestingwerk
Court Marshal of LithuaniaMarszałek (English Marshal) was one of the highest officials in the Polish royal court since the 13th century. He was the oldest-ranking of all court officials and was considered the most important advisor to the King of Poland.
History
The term marszałek, derived from Old German marh-skalk or horse-servant came to Polish language in 13th century from Bohemia. Initially it retained its original meaning and was used to denote the stable-keeper on various courts of princes, most notably in Silesia. However, soon the term evolved and started denoting one of the functions at the court. In 14th century the royal court in Krakow introduced an office of the Marshal of the Polish Kingdom (marszałek Królestwa Polskiego), which was one of the offices reserved for kings' advisors.
In 15th century a similar office of Grand Marshal of the Crown (marszałek wielki koronny) was created for the closest of all kings' men. The Grand Marshal was often referred to as the first of the servants or first of the advisors (pierwszy minister in 16th century Polish) as he was superior to all other officials at the court, including the cup-bearers, sword-bearers, flag-bearers, writers, mathematicians and secretaries. Among his responsibilities were command over the court during kigs' travels, obedience of court etiquette and starting and closing the Senate meetings. In addition, when away from the Royal Castle, King entitled the marszałek to enforce the so-called marshal articles, or a set of rules limiting the freedom of the szlachta in the presence of the monarch and regulating the order of meetings in order to ensure kings' safety. Initially traditional law, the set of rules was finally accepted by the Sejm in 1678.
The Grand marshal's deputy was named marszałek nadworny (marshal of the court), who was taking care for the court and the safety of the dames. After the Union of Lublin similar offices were created for Lithuania and were entitled to conduct the same set of duties when the king was on the Lithuanian soil. In addition, a separate office of land marshal of Lithuania (marszałek ziemski litewski) was created. Finally, in 17th century an office of marszałek dworski (court marshal, not to be confused with marshal of the court) was created. The latter official was the manager of kings' private property.
In addition to the court officials, the term marszałek was also used to denote a number of lower-ranking officials.
In 1772, after the first partition of Poland, in the Russian-occupied part of the Polish-Lithuanian Commonwealth an office of the marszałek szlachty (Marshal of the szlachta) was created. Not related to the earlier court officials, the szlachta marshal was a deputy of Russian-nominated governor and was entitled with taking care of the sejmiks and other self-government bodies of the gentry, as well as with collecting taxes and controlling the genealogical records. The Collection of Laws of the Russian Empire of 1842 introduced two sets of such officials: one for gubernyal level of administration and the other for powiat-level. Initially elected by the gentry, after the January Uprising of 1863 the marshals were usually nominated by the governor. Their influence soon diminished and the office was abolished, together with the traditional Polish system of administrative division onto voivodships, lands and powiats.
Types of marshals' offices
The following is a list of most of the titles of marszałek. Please note, however, than in many cases they are completely unrelated to each other.
- Marszałek Krolestwa Polskiego - Marshal of the Kingdom of Poland
- Marszałek wielki koronny - Grand Marshal of the Crown
- Marszałek wielki litewski - Grand Marshal of Lithuania
- Marszałek nadworny koronny - Marshal of the Court of the Crown
- Marszałek nadworny litewski - Marshal of the Court of Lithuania
- Marszałek dworski - Court Marshal
- Marszałek ziemski - District Marshal or Land Marshal
- Marszałek szlachty - Marshal of the Szlachta
See also
- Marshal of the Sejm
- Offices in Polish-Lithuanian Commonwealth
Category:Polish titles
-
sitemap.html realplayer motorola gry java spielautomaten gry zrcznociowe
|
|
|
|
|